L’Heure d’Été – Tokyo / PROGRAMMA

PROGRAMMATION – OUTDOOR | BRUXELLES-LES-BAINS

(Do/Vr/Za) | 22:00)

SA/ZA 12.08 : Inception (Christopher Nolan, 148min)

PROGRAMMATION – INDOOR | CINEMA GALERIES

EXTRA SCREENING : MA/DI 15.08 I 19:00 : LE VOYAGE DE CHIHIRO (Hayao Miyazaki, 125min)
EXTRA SCREENING: DI/ZO 20.08 I 15:00 : NOBODY KNOWS (Hirokazu Kore-Eda, 141 min)

“Familieportretten: gedaanteverandering van de koningskinderen”

De oververtegenwoordiging van familiale figuren in de Japanse cinema bewijst het grote belang dat deze hebben in de Japanse cultuur. Door films als « Voyage à Tokyo », «nobody knows » en « the taste of tea » ontdekken we de Japanse families doorheen kinderogen.Daar waar de cinema uit het gouden tijdperk een zekere ritualisering van alledaagse dingen toont, biedt de meer moderne vorm een interessante reconstructie aan, net als dromerige voetafdrukken die eerder lijken op zorgvuldig gekozen ornamenten.

 

VOYAGE À TOKYO (Yasujirō Ozu, 1953, 136’)
BATTLE ROYALE (KINJI FUKASAKU, 2000, 122’)
NOBODY KNOWS (Hirokazu Koreeda,2004,141’)

LES GOSSES DE TOKYO (cineconcert) (Yasujirō Ozu, 1932, 100’)
OHAYO (Yasujirō Ozu, 1959, 94’)
THE TASTE OF TEA (Katsuhito Ishii, 2004, 143’)
TOKYO SONATA (Kiyoshi Kurosawa, 2008, 120’)

Cineconcert om een stem te geven aan « Les gosses de Tokyo ». Sylvain Chauveaux, Joël Merah en Stéphane Garin nemen je met hun delicate muziek mee op ontdekkingstocht naar de familie van Keiji en Ryoichi, die zich net gevestigd hebben in Tokyo. Na het slachtoffer te zijn geworden van de pestkoppen op school dwingt hun vader hen om terug te keren, dit keer om respect af te dwingen.

We verlaten Tokyo voor een dorp in de rand.

“Oosterse fascianatie: wanneer men zich verliest in de vertaling”

Zijn er al niet voldoende films gemaakt over Tokyo om toch nog een regisseur te vinden die iets nieuws te vertellen heeft over deze stad ? En wat als alle regisseurs zich zouden interesseren in Japan en in het bijzonder Tokyo na hun passage in de mythische bar Jetée, net zoals Tarantino Despelchin en Kaurismaki ?

Verschillende cineasten hebben hun bewondering voor de Japanse cinema uitgedrukt door middel van remakes van Japanse kaskrakers als Godzilla, The Ring, The grudge, Inception (deels door de manga Paprika).
Onder hen ook Sofia Coppola, die met Lost in translation een prachtige vertaling  vol humor en schoonheid maakt van de moeilijke codes en gebruiken in deze samenleving. Dit alles door de ogen van twee Amerikanen op doortocht (Scarlet Johanson et Bill Murray).

« Like someone in love » (2012) van de Iraanse regisseur Abbas Kiarostami is de uiting van een geslaagde culturele onderdompeling met als thema prostitutie. zonder zijn typische stylistische en filosofische touch te verliezen.

LOST IN TRANSLATION (Sofia Copolla, 2006, 105’)
INCEPTION (Christopher Nolan, 2010, 148’)
ENTER THE VOID (Gaspar Noé, 2009, 161’)
STUPEURS ET TREMBLEMENTS (Alain Courneau, 2003, 107’)

LIKE SOMEONE IN LOVE (Abbas Kiarostami, 2012, 110’)
TOKYO! (Leos Carax, Bong Joon-ho, Michel Gondry, 2008, 112’)
TOKYO FIANCEE (Stefan Liberski, 2014, 100’)

“ De fantastische cinema: oorlogstrauma’s en waterterreur

De Japanse cinema is zeer rijk en zijn auteurs hebben aangetoond films te kunnen maken die universeel begrijpbaar zijn. De oorlog en de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki hebben ze kunnen verdrijven met Godzilla van Ishiro Hondo (1954). Dit schepsel wordt gelinkt aan ecologische thema’s en aan de voor de Japanners levendige herinnering aan de atoombom.

Recenter heeft Hideo Nakata de roman « the ring » verfilmd. Dit is de moderne vertaling van een oud Japans verhaal « het jonge meisje in het diepe van de waterput » waar de dood, met lange haren, voorkomt in de collectie van Lacdafio Hearn. Het plot neemt ons mee van Tokyo naar een afgelegen gebied in het noorden van Japan. Diezelfde Nakata toont ons in Dark Waters een huis dat langzaamaan tenonder gaat aan water en vochtvlekken. Een vrouw en haar kind proberen in dit sinistere decor te overleven. Heeft het te maken met de zelfmoord van een kind dat er woonde of was het een verdrinkingsdood ? Wat overblijft van dit kind is een poppetje dat het meisje nu bij zich houdt.

Voor Nakata is het water gelinkt aan een voorstelling van het kwade en vormt het een traditionele bron van angst. Voor Japanners is water een element van terreur. Water maakte en maakt nog steeds waanzinnig veel slachtoffers door vloedgolven en overstromingen. In 2004 realiseerde Takashi Shimizu The Grudge, een voorstelling van een spookhuis, een mooie woonst in Tokyo dat vreselijke geheimen schuilhoudt en een vloek is voor allen die er een voet aan grond zetten. In al zijn films merken we een dodelijk verleden, al of niet door zelfmoord, dat moet worden weggevaagd door middel van een soort duivelsuitdrijving om eraan te kunnen ontsnappen.

Godjira (Ishirô Honda, 1954, 98’)
The Ring (Hideo Nakata, 96’, 1998)

Kairo (Kiyoshi Kurosawa, 2001, 119’)
Dark Water (Hideo Nakata, 101’, 2002)

Ju-On: The Grudge (Takashi Shimizu, 96’, 2003)

Samurai en Yakuza tussen het goede en het kwade: van Tokyo Drift tot Zaitochi

De Yakuza gaan er prat op de trotse erfgenamen te zijn van de samurai en cultiveren eeuwenoude tradities zoals die van hun voorvaderen, waaronder caligrafie en de boedhistische leer. Of het moment waarop de bendeleider met zijn meester nadenkt of hij al dan niet monnik zal worden.

Ooit werden ze als bewakers van de openbare orde gezien, ook door de overheid, maar nu worden deze badguys (met hun 80000 leden verdeeld over 22 clans) eerder als een op te ruimen kwaad aanzien. De Japanse cinema met Akira Kurosawa met Ran en vervolgens Mizoguchi met Tokyo Drifter hebben een bewonderenswaardig werk geleverd om deze ingewikkelde verstandhouding tussen de inwoners van de stad en de Yakuza weer te geven.

Het is Takishi Kitano die hoogstwaarschijnlijk het best de link legt in zijn filmografie. Eerst met Zatoichi, een monument in de Japanse cultuur en vervolgens door het vastleggen van de Yakuza in verschillende langspelers en documentaires. « L’été de Kikujiro » uit 1993 van en met Kitano vertelt het verhaal van een Yakuza die een jongetje treft die op zoek is naar zijn moeder. Hier toont hij de Yakuza als een man van eer en met respect voor waarden.

In « battle royal » zien we dezelfde Kitano als een leerkracht die schoolmoeë en respectloze jongeren de juiste waarden en normen probeert mee te geven. Hier wordt hij voorgesteld als de laatste samurai, de verdediger van de eeuwenoude tradities.

L’ETE DE KIKUJIRO (TAKESHI KITANO, 1999, 121’)
ZATOICHI (TAKESHI KITANO, 2003, 113’)

LES 7 SAMOURAIS (AKIRA KUROSAWA, 1954, 207’)
TOKYO DRIFTER (SEIJUN SUZUKI,1966, 89’)
BRANDED TO KILL (SEIJUN SUZUKI, 1967, 99’)
RAN (AKIRA KUROSAWA ,1985, 242’)

“Japanime: tussen animisme en cyberhumanisme .”

Animatiefilms, bijgenaamd “Japanime” heeft aan schaal gewonnen en triomfeert aan de box-office. Deze animatiefilms hebben zelfs het Westen veroverd met de “Mangas”.

De verfilmde Mangas van Katsuhiro Otome met Akira, ghost in the shell   en  Paprika  zijn vaak apocalyptisch maar blijven randfenomen in het aanzien van de Ghibli-studios met sterren als Isao Takahata en Hayao Miyazaki. Het succes van Akira  heeft ervoor gezorgd dat de schare fans van het genre groter werd in aantallen en dat er meer titels zullen volgen in de queeste naar een totaalrealisme.

De schepper oproepen in Hayao Miyazaki is als het oproepen van het Geloof, het esoterisme, de magie, het mysticisme, de dromen en nog zaken die men enkel kan vatten in het spirituele. Het œuvre van deze meester is steeds gelinkt aan de dualiteit, het spanningsveld tussen een tastbare wereld en een andere fantastische wereld, waar techniek en natuur mekaar ontmoeten en waar het Nu de eeuwigheid kruist.

Achter een schijnbare terugkeer naar het avontuur en de ontsnapping verbergt Miyazaki een deel materialisme, dagdagelijkse tijdelijkheid, in contrast met denkbeeldige en betoverende contexten. Mon voisin Totoro is het hoogtepunt van een ongebruikelijke poëzie, waar de invalshoek een zekere vorm van natuurlijkheid in het prachtige is. Takahata, met het fantastische tombeau des lucioles  koos als onderwerp het naoorlogse Kobe, met een bijtende kritiek op de overheid en een hopeloze bevolking die zijn meest kwetsbaren in de steek laat. Deze twee kunstenaars tonen, hoe paradoxaal het ook mag, dat de tekenfilm nood heeft aan een rechtstreeks verband met de werkelijkheid om zijn mogelijkheden ten volle te benutten.

AKIRA (Katsuhiro Otomo, 1988, 124’)
LE VOYAGE DE CHIHIRO (Hayao Miyazaki, 2001, 125’)
LE TOMBEAU DES LUCIOLES (Isao Takahata, 1988, 90’)
MON VOISIN TOTORO (Hayao Miyazaki, 1988, 88’)
GHOST IN THE SHELL (Mamoru Oshii, 1995, 85’)

PAPRIKA (Satoshi Kon, 2006, 90’)

  “Une femme à Tokyo”

Geishas, vrouwen aan de haard, femme-fatales, wolfmeisje in de middeleeuwse bossen, extravagante tieners in de straten van Tokyo, … : de voorstelling van de Japanse vrouw is ons in overvloed aan beeldmateriaal overgebracht. Steeds fascinerend en steeds vol contradicties. De Japanse vrouw wordt uitgebeeld op wel duizend manieren,  steeds verscheurd tussen moderniteit en de tradities.

Japan, land waar de traditie zich mengt met het hyperstedelijke en met hoogtechnologische ontwikkelingen, lijkt voor ons, Westerlingen, enigmatisch en complex. De vrouwen stellen onze onmogelijkheid tot begrip in deze materie voor. Is het onderdrukking ? Onafhankelijkheid ? Gelijkheid der seksen ? Vrouw aan de haard ? We zien ze in een hedendaagse cinema die hen voorstelt op de breuklijnen die Japan doorkruisen : natuur versus stad, traditie versus moderniteit, rituelen en traditie tegenover  westerse feesten, Japanse levenskunst versus Europese en Amerikaanse levenslust.

Zie hier een selectie van films uit het naoorlogse en het hedendaagse Japan die deze veranderingen proberen te vatten. De manier waarop een maatschappij zijn vrouwen uitbeeldt getuigt over het sociale systeem en gaat zelfs verder tot op het politieke niveau, want het raakt aan zijn fundamentele functioneren : onderwijs, opvoeding, kansen op de werkvloer, gelijkheid aan kansen, gelijkheid der geslachten.

L’EMPIRE DES SENS (Nagisa Oshima, 1976, 109’)
L’EMPIRE DE LA PASSION (Nagisa Oshima, 1978, 110’)
PRINCESSE MONONOKE (Hayao Miyazaki, 1997, 135’)
KOTOKO (Shinya Tsukamoto, 2012, 91’)
LES DÉLICES DE TOKYO (Naomi Kawase, 2015, 113’)
LADY SNOWBLOOD (Toshiya Fujita,1973, 97′)

KIDS : Le studio Ghibli

Le Studio Ghibli naît à Tokyo en 1985 en prenant le nom d’un vent africain et d’un avion de l’aviation italienne ; depuis lors, ce studio japonais d’animation a créé une série des films exceptionnels et inoubliables. Ces œuvres d’animation mènent une réflexion sur l’enfance, l’adolescence et, de manière générale, sur le changement et l’écoulement du temps. Ils abordent la confrontation entre l’Homme et la nature, ils nous offrent des femmes-héroïnes qui apprennent à faire face à la réalité et à ses adversités, ainsi qu’aux difficultés de la quête identitaire. Entre métaphores et inventions lyriques, ces films représentent les chefs-d ‘œuvres de l’animation mondiale.
Le Festival L’Heure d’Eté – Tokyo propose alors un parcours à la découverte des films de Studio Ghibli. Avec Mon voisin Totoro, Hayao Miyazaki entreprend son voyage dans l’enfance et pour l’enfance, en explorant la grâce des inventions infantiles et le regard unique des enfants envers la nature et sa magie. La même année sortait le dernier film d’Isao Takahata, cofondateur du Studio Ghibli, Le tombeau des lucioles. Il s’agit d’un nouveau voyage dans l’enfance et dans la mémoire, mais avec un regard plus cru : le film cible son message sur le pacifisme à travers une poignante prise de conscience des horreurs de la guerre et de l’injustice. Pompoko parle d’une réflexion sur l’écologie et sur le traumatisme du changement, proposant des solutions originales et troublantes. Le voyage de Chihiro et Princesse Mononoké sont parmi les chefs-d’œuvre plus connus du maître Miyazaki, qui, grâce aux voyages de ses protagonistes féminines et à ses univers visuels infiniment précis et détaillés, construit des véritables essais poétiques sur la vie, la spiritualité, le changement, la confrontation, l’imagination. Enfin, le retour de Takahata, qui en 2013 interprète une célèbre fable japonaise avec Le Conte de la princesse Kaguya. Il aborde ici tous les thèmes les plus chers des Studio Ghibli, mais avec une technique d’animation inédite et un regard léger et lumineux en comparaison de ses œuvres néoréalistes.

Plusieurs séances KIDS seront programmées en matinée. Découvrez le programme de la semaine à venir chaque mercredi sur www.galeries.be/a-laffiche.

POMPOKO (Isao Takahata, 1994, 119’)
LE CONTE DE LA PRINCESSE KAGUYA (Isao Takahata, 2013, 127’)
LE VENT SE LEVE (Hayao Miyazaki, 2013, 126′)
SOUVENIRS DE MARNIE (Hiromasa Yonebayashi 2014, 104′)