Painting After Postmodernism

Belgium – USA

Curator : Barbara Rose

15 september 2016 tot en met 13 november 2016

Onder de Hoge Bescherming van Hare Majesteit de Koningin der Belgen

Roberto Polo Gallery presenteert, in samenwerking met de Stad Brussel en Cinema Galeries, de tentoonstelling Painting After Postmodernism I Belgium – USA. Curator is de gerenommeerde Amerikaanse kunsthistorica Barbara Rose, die 256 schilderijen samenbrengt in 16 solopresentaties van 8 Amerikaanse en 8 Belgische prominente kunstenaars. Tezamen met de catalogus van 240 pagina’s, uitgegeven door Lannoo, is de tentoonstelling het manifest van een nieuwe benadering van de schilderkunst: ze bepleit een reconstructie – en niet de deconstructie – van de fundamenten van de schilderkunst en realiseert aldus verfrissend nieuwe syntheses, los van enig dogma of theoretische reductie.

De unieke, historische tentoonstelling Painting After Postmodernism I Belgium – USA vindt plaats in twee openbare ruimtes in Brussel: op de 6 verdiepingen van het iconische Vanderborght-gebouw (6000 m2) en in Cinéma Galeries I The Underground (1000 m2). De acht Amerikaanse kunstenaars zijn Walter Darby Bannard, Karen Gunderson, Martin Kline, Melissa Kretschmer, Lois Lane, Paul Manes, Ed Moses en Larry Poons; België wordt vertegenwoordigd door Mil Ceulemans, Joris Ghekiere, Bernard Gilbert, Marc Maet, Werner Mannaers, Xavier Noiret-Thomé, Bart Vandevijvere en Jan Vanriet.

In het kader van de tentoonstelling presenteert Cinéma Galeries een serie films rond het thema ‘schilders aan het werk’ (waaronder een aantal van Barbara Rose).

September 13, 2016 / 17:00 / Pollock – Introduction by Barbara Rose
– Jackson Pollock : The man and the myth, Barbara Rose – 1980 – VO (EN)
– Pollock, Ed Harris – 2000 – 123min – VOSTFR.

November 3, 2016 / American art in the 1960s – Warhol / 19:00
– American Art in the 1960s, Written an Directed by Barbara Rose – 1972 – VO (EN)
– Andy Warhol, Lana Jokel – 1973 – VO (EN)

November 10, 2016 / Jean-Michel Basquiat / 19:00
– Jean-Michel Basquiat, Julian Schnabel – 1996– 106min– VOSTFR

Painting After Postmodernism onderzoekt waarom Marcel Duchamp zoveel aanhang kreeg toen hij in 1918 de schilderkunst doodverklaarde. Ten onrechte, zo blijkt. In de decennia voor en na de Tweede Wereldoorlog bleven Picasso, Matisse, Miró en de New Yorkse school immers monumentaal grote muurschilderingen maken, die zich konden meten met de grootste kunstwerken uit het verleden. In de politiek-radicale context van de jaren 1960 en 1970 werd het echter weer ‘bon ton’ om de schilderkunst, aangemerkt als een product van de bourgeoiscultuur, ten dode op te schrijven. In plaats daarvan beschouwden kunstgalerijen en musea conceptuele kunst, video, ‘mixed media’ en installaties als de kunst van de toekomst. Al deze kunstvormen ontzegden de schilderkunst haar prominente positie en reduceerden haar tot niets meer dan een of andere vorm van postmodernistisch streven.

Wellicht was het onvermijdelijk dat de schilderkunst zo werd gedegradeerd, nadat de volle beleving die de ze ooit aanbood door de kunstkritiek was tenietgedaan en ze beperkt werd tot een puur ‘optische’ beleving, gespeend van iedere inhoud, metafoor of oppervlakte. Clement Greenberg, de toonaangevende kunstcriticus van de naoorlogse periode, benadrukte dat schilderkunst alleen ‘puur’ kon blijven door zich uitsluitend tot het visuele zintuig te richten, omdat naar zijn mening ‘opticaliteit’ de essentie van de visuele beleving inhield. Alle sporen van de hand van de kunstenaar dienden te verdwijnen, ten gunste van de onmiddellijke impact op het netvlies.

Greenberg verwierf groot gezag met zijn essays Modernist Painting en Post-Painterly Abstraction, waarin de definitie van ‘grote’ kunst werd gereduceerd tot louter haar optische essentie. De eigenschappen van het materiaal – niet die van het pigment als materie, maar die van het doek als een stuk stof – werden benadrukt, ten koste van welk tactiel effect dan ook. Bovendien kon schilderkunst niet anders dan abstract zijn, vrij van enige figuratieve, laat staan metaforische inhoud.

Vanaf de jaren 1980 kreeg Greenbergs dogma tegenwind van Europese critici zoals Achille Bonito Oliva, die de term ‘postmodernisme’ gebruikte voor schilderkunst die historische stijlen door elkaar mengde in grotendeels figuratieve pastiches. In 1984 definieerde Peter Burger postmodernisme als ‘het einde van de historische avantgardebewegingen’. Frederick Jameson beschreef postmodernisme als het vervallen van het onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur, waarbij de kitsch-beeldtaal van de massacultuur in de vorm van citaten en reproducties werd gerecycleerd door middel van schilderijen.

Het postmodernisme ontzegde de schilderkunst enige originaliteit en eerstegraadsbeleving. Greenbergs engagement ten guste van de abstractie, enkel gericht op visuele waarneming, botste niettemin met het verlangen van een aantal kunstenaars om vast te houden aan de complete esthetische beleving zoals die was doorgegeven door de oude meesters: een samengaan van de tastbaarheid van sensueel geschilderde oppervlakken met de gecombineerde optische kwaliteiten van kleur en licht. In deze tentoonstelling zijn kunstenaars vertegenwoordigd die de schilderkunst haar tactiele dimensie willen teruggeven en voor wie de tekenkunst deel moet uitmaken van beeldende kunst. Zij willen het postmodernisme overstijgen om de schilderkunst opnieuw te affirmeren als grote kunstvorm. Zo kan de schilderkunst – onder meer dankzij haar tastbaarheid, de materialiteit van haar dragers en haar geschiktheid voor metaforen – vervullen wat Henri Bergson als haar belangrijkste functie beschouwde: ‘levensverbeterend’ zijn in haar vitaliteit.

Praktische informatie:

Vanderborght / Cinema Galeries

Rue de l’Ecuyer 50 / Galerie de la Reine 26

Heures d’ouertures:

Mardi – Dimanche

11h – 19h

www.pap.brussels